Ze gingen samen

Het gebeurde in de koude decembermaand van 2025. In het kleine huisje op het platteland leefden de man en de vrouw samen met 4 bejaarde katten, twee geiten en kipjes die gered waren uit de wrede legindustrie. De katten waren al erg oud en de man en de vrouw beseften dat hun geluk, zo samen, niet erg lang meer zou duren. De katten wisten het zelf ook.

Op een koude morgen stond de vrouw op om te gaan werken. Joef, de laatste Noorse Boskat die in het gezin woonde, was die avond wel bij de man en de vrouw op bed gekomen, maar na een korte knuffelronde was ze weer naar beneden gegaan. Dat vond de vrouw al raar. Toen ze beneden kwam, zag ze direct dat het niet goed ging met Joef. Joef ademde moeizaam, haar hartje wilde niet meer. Maar zoals het een echte Noorse Boskat betaamt wilde Joef niet naar de dierenarts. De man en de vrouw respecteerden dat; ze wisten dat Noorse Boskatten zélf bepalen hoe hun einde zal verlopen. Ze spraken af dat ze Joef de tijd zouden geven om afscheid te nemen van de andere katten en dat ze de volgende dag de droevige rit naar de dierenarts zouden maken.

Maar nee, dat was niet Joef haar plan. Die avond, toen de man en de vrouw waren gaan slapen, nam ze afscheid van de andere drie katten. Voor Henkie, de oude zwerfkater, had ze nog een goede raad. “Spoedig is het ook jouw tijd Henkie”, zei ze. “Je woont hier nu tien jaar. Je bent nog steeds zo bang voor de mensen in dit huis. Dat is echt niet nodig. Ze houden zoveel van ons, van jou ook. Gebruik de tijd die je nog rest op aarde om de liefde te ontvangen die ze jou zo graag willen geven”.

Dat gezegd hebbende nam Joef afscheid van de drie katten. Ze glipte door het kattenluik en sleepte zich moeizaam ademend de trap op naar boven. Ze klom op het bed waarin de man en de vrouw sliepen. Zacht miauwend maakte ze de vrouw wakker. “Ach meisje, is het tijd?” zei de vrouw en liefdevol nam ze Joef in haar armen. Zo lagen ze een tijdje samen. Joef met haar kopje op de schouder van de vrouw en haar pootjes stevig om haar arm geklemd.

Het sterven ging in harmonie. Joef en de vrouw samen, in alle rust en stilte in de donkere nacht. Een nacht waarin woorden niet meer nodig waren, waar door de liefde tussen mens en dier de brug tussen leven en dood met waardigheid genomen werd. Joef, de mooie Noorse Boskat poes, ging over de regenboogbrug en werd herenigd met al haar oude vriendjes.

Henkie bleef achter met de twee andere katten. Maar Henkie had heel goed geluisterd naar de laatste wijze raad van Joef. Zouden die mensen dan echt ook van hem houden? De man en de vrouw zaten verdrietig in de kamer. Henkie kwam langzaam dichterbij. Zou hij…of toch niet… of wel… “Ach mannetje toch”, zei de vrouw. Kom je nou eindelijk bij ons, we willen je zo graag aaien en je de liefde geven die je verdient”.

“Toe maar, ga maar, ze houden echt heel veel van je”, fluisterde ergens een zachte stem. Henkie wist niet waar het vandaan kwam. Het waren niet de man en de vrouw geweest. Maar het was het laatste zetje dat hij nodig had. Heel voorzichtig kwam hij naar de vrouw toe en liet hij zich aaien. Wat was dat heerlijk! Die warme hand over zijn kopje, over zijn magere lijfje… hij trilde van genot.

Twee volle dagen waren Henkie gegund. Twee volle dagen waarin hij spinnend van geluk bij de vrouw op schoot lag. Waarin hij geaaid en gekust werd. Waarin hij voelde hoeveel er van hem gehouden werd. Die avond gingen de man en de vrouw slapen in de wetenschap dat hun Henkie, de oude zwerfkater, eindelijk geluk en liefde had gevonden, na tien lange jaren.

Het was nacht. Henkie sliep. Hij voelde zich zo dubbel. Aan de ene kant was hij zo enorm gelukkig, hij wist nu eindelijk wat liefde en vertrouwen was. Aan de andere kant voelde hij de kracht langzaam uit zijn oude lijfje weg trekken.

En toen… in die donkere stille nacht, verscheen er een licht. Een licht dat langzaam dichterbij kwam. Moeizaam ademend keek Henkie op. Er verscheen een gedaante in het licht. Het was… een engel! Het was Joef! De andere katten zagen het ook en kwamen bij Henkie zitten.

“Je hebt nu liefde en warmte gekend, Henkie”, zei Joef. “Je weet nu dat echte liefde alles overwint, ook je sterkste angsten. Maar nu is het tijd om te gaan. Je lijfje is op, voor jou is de tijd gekomen om over de regenboogbrug te gaan en al je oude vriendjes weer terug te zien. Ga maar met mij mee, ik zal je de weg wijzen”.

Met zijn laatste krachten legde Henkie zijn pootjes in de pootjes van Joef. Daar ging hij. Weg van angst, weg van pijn, met een hart vol van liefde en geluk. De twee overgebleven katten bleven stil naast hem zitten tot zijn geest, samen met Joef, verdwenen was.

En zo vonden de man en de vrouw Henkie de volgende morgen. Overleden in zijn slaap. Zijn oude stramme lijfje uitgestrekt op zijn geliefde slaapplekje onder de tafel. Met een grote glimlach op zijn gezichtje.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *